Waarom een pensioengat vaak geen probleem is

Een pensioengat klinkt haast eng, maar veel mensen sparen juist te veel voor later.

Het is het ideaal van de overheid: een pensioen van 75 procent van het gemiddeld in je leven verdiende bruto-inkomen. Alleen als je veertig jaar lang onafgebroken in loondienst hebt gewerkt, is dit theoretisch haalbaar. Maar meestal lukt dat niet. Bijna iedereen heeft wel een tijdje ge-zzp’d of gereisd, zat ‘between jobs’ of heeft een tijdje parttime gewerkt – of is van plan dat te gaan doen.

Sommige werkgevers hebben bovendien niet eens een pensioenregeling. Kortom, ook wie een redelijk ononderbroken loopbaan heeft, loopt meestal tegen een pensioengat aan. Is dat erg?

Ik denk dat het wel meevalt, omdat de meeste mensen minder geld nodig hebben als ze niet meer werken, want:

  • Minder dagelijkse uitgavenTegen de tijd dat je met pensioen gaat, mag je hopen dat de kinderen nu toch echt het huis uit zijn en niet aan het infuus van hun ouders liggen. Dat betekent minder uitgaven voor de dagelijkse boodschappen, kleding, vakanties en noem maar op. Ook voor jezelf trouwens: ik gok dat zestigers gemiddeld minder uitgeven aan kleding, auto’s en dergelijke. Je hoeft dan minder een statement te maken met statussymbolen als kleding of auto.
  • Lagere hypotheeklastenDe hypotheeklasten trekken zich niets aan van de gestegen huizenprijzen: die blijven gelijk in euro’s. Dat is fijn, want je inkomen neemt waarschijnlijk de komende jaren toe, al was het maar met de inflatie. Dat betekent dat de hypotheeklasten als percentage van je inkomen afnemen. Als je je hypotheek nu oversluit naar een nieuwe, lange looptijd, kun je ook nog eens profiteren van de extreem lage rente. Een betere pensioenvoorziening is er bijna niet!
  • Locatie-onafhankelijkheidAls je niet langer elke dag naar je werk moet, kun je gaan wonen waar je wilt. Dus ook goedkoper gaan wonen. Ik heb de afgelopen tijd een stroom 50-plussers van de dure Randstad naar de krimpregio en dus goedkope Achterhoek zien vertrekken.

Twee jaar geleden al concludeerde Netspar, de pensioendenktank van de Universiteit van Tilburg, dat de helft van de werkenden te veel geld voor de oude dag opzij zet. Ze hebben na hun pensionering namelijk minder geld nodig dan als verse huizenkopers met opgroeiende kinderen.

Je hebt later minder geld nodig dan je nu denkt

Om te beoordelen of er sprake is van een pensioentekort, keken de onderzoekers van Netspar niet alleen naar de enge definitie van pensioen – die 75 procent van het gemiddeld verdiende inkomen. Ze hielden ook rekening met wat wordt opgebouwd aan spaargeld en beleggingen. En ze namen de eigen woning mee. Dat zijn allemaal belangrijke oudedagsvoorzieningen, al heten ze geen pensioen.

Natuurlijk zijn er veel mensen voor wie een pensioentekort wel degelijk een probleem is. Denk aan zzp’ers en deeltijdwerkers. Maar als je bij de helft zit die er na zijn of haar pensionering warmpjes bij zit doe je jezelf tekort door overdreven veel geld opzij te zetten voor later. Daar doe je alleen je kinderen of andere erfgenamen een plezier mee.

Bron: Intermediair